Een oude CLV hergebruiken voor nieuwe condensatieketels gaat meestal niet zomaar. Het kanaal is gebouwd voor hete rookgassen die vanzelf stijgen, met een open onderkant. Een moderne ketel blaast rookgassen van vaak maar 35 tot 50 °C. Die zakken naar beneden, vallen door die open onderkant in de luchttoevoer en de onderste ketel zuigt ze terug aan. Hergebruik kan alleen als het kanaal dicht is, in inox 316L, onderaan afgesloten en opnieuw berekend.
Je kent het gebouw. Vijf verdiepingen, gele baksteen, gebouwd ergens tussen 1975 en 1995. Op het platte dak staat een dikke inox trommel met een band gaas en een plat deksel. Daaronder loopt een buis in een buis tot in de kelder: de CLV. Op elke verdieping hangt een ketel aan dat ene kanaal.
Nu is ketel nummer drie stuk. De nieuwe hangt er in een halve dag aan. Alleen valt de ketel op het gelijkvloers een week later om de haverklap in storing. En niemand heeft aan die op het gelijkvloers gezeten.
Wat is een CLV eigenlijk?
CLV staat voor collectieve luchttoevoer en rookgasafvoer. Het is één concentrisch kanaal door het hele gebouw: de binnenbuis voert de rookgassen af, de ring eromheen brengt verse lucht naar de ketels. Elke ketel haalt zijn lucht uit de ring en blaast zijn rookgas in de binnenbuis. Boven op het dak komt de lucht binnen langs het gaas en gaat het rookgas weg door de buis in het midden.

Waarom het vroeger wel werkte
De ketels van toen waren aan of uit, en hun rookgassen waren heet: meer dan 150 °C. Heet gas stijgt, net zoals een luchtballon. Het kanaal werkte op onderdruk: de trek zoog alles naar boven, en een klein lek zoog wat lucht naar binnen in plaats van rook naar buiten.
Onderaan was de binnenbuis open. Dat hoorde zo: de open onderkant was de trekonderbreker, die de trek gelijkmatig hield. Kijk je in de kelder door het inspectieluik naar boven, dan zie je ze nog zitten.

Wat er misgaat met een nieuwe ketel
Een moderne condensatieketel moduleert diep. Hij brandt het grootste deel van de tijd op een klein vuurtje, precies zoveel als het huis vraagt. Dat is zuinig, en het maakt het rookgas koud: vaak maar 35 tot 50 °C, en weinig ervan. Dat gas stijgt niet meer. Het zakt en vult het kanaal van onderen.
En onderaan is het kanaal open. Het koude rookgas valt door de trekonderbreker in de luchtring. De ketel op het gelijkvloers zuigt zijn verbrandingslucht uit die ring en krijgt rookgas binnen. Gevolg: slechte verbranding en een ketel die in storing gaat. In uitzonderlijke gevallen ontsteekt een ketel hard en schuiven er buisdelen los, zodat er rookgas in de schacht komt.
Leefmilieu Brussel schreef het samen met Cerga op in een fiche over deze kanalen: lekt het concentrische kanaal, dan kan de ketel in veiligheid gaan omdat hij lucht met rook aanzuigt. En soms moet de voet van het kanaal aangepast worden om recirculatie bij de ketels op de onderste verdiepingen te vermijden.
Er zijn nog twee problemen:
- Lekken. Het kanaal staat nu vol rookgas, en bij elke aftakking en dichting zit wel een kier. Wat daar doorsijpelt, komt in de luchtring en dus ook in de andere ketels.
- Zuur condensaat. Een condensatieketel condenseert altijd, ook in het kanaal. Dat water is zuur. Veel oude CLV's zijn van aluminium, en dat verdraagt het niet.
| Oude ketel | Nieuwe condensatieketel | |
|---|---|---|
| Regeling | aan of uit | diep modulerend |
| Rookgastemperatuur | meer dan 150 °C | 35 tot 50 °C |
| Wat het rookgas doet | stijgt | zakt en vult het kanaal |
| Druk in het kanaal | onderdruk | overdruk aan de ketel |
| Onderkant kanaal | open | moet dicht |
Mag een oude CLV dan nooit blijven?
Soms wel. Wij laten een oude CLV alleen staan als ze aan deze zes voorwaarden voldoet. Eén nee, en het kanaal moet aangepast of gevoerd worden.
- Het kanaal is nagekeken en dicht. Een camera-onderzoek van het rookgaskanaal én het luchtkanaal, met aandacht voor de verbindingen en de dichtingen. Twijfel je over de dichtheid, dan hergebruik je het niet.
- De binnenbuis is inox 316L met een CE-label, en de designatiecode zegt P1 (dicht onder overdruk) en W (nat bedrijf). Een kanaal met N1 is alleen dicht onder onderdruk. Aluminium valt af.
- De onderkant gaat dicht, met een lekdop en een sifon die de overdruk in het kanaal aankan. De inspectie moet bereikbaar blijven.
- Elke ketel heeft een terugslagklep die met het toestel gekeurd is, en de ketel is vrijgegeven voor een collectief systeem (C(10) tot C(15) in NBN D 51-003, bijlage E).
- Geen oude en nieuwe ketels door elkaar. Een Belgisch verbod is er niet, maar wij raden het sterk af: voor een oude ketel bestaat geen gekeurde terugslagklep. Inforgas schreef in 2008 al: op een CLV enkel C42-toestellen of enkel C43-toestellen.
- Het kanaal is opnieuw berekend volgens EN 13384-2, met de vaste tabelwaarden voor collectieve systemen. Een kanaal dat vroeger acht ketels droeg, draagt er vandaag vaak minder.
En dan is er nog de leeftijd
Wij rekenen voor een rookgasafvoer met een veilige levensduur van ongeveer 15 jaar. Ook de Nederlandse overheid schrijft dat een rookgasafvoer meestal 15 jaar meegaat. Een CLV uit 1990 heeft die al ruim achter de rug. Hang je er nu nieuwe ketels aan zonder iets aan te passen, dan zeg je eigenlijk: dit kanaal gaat nog 15 jaar mee. Loopt er iets mis, dan kijkt men eerst naar wie de ketel aansloot. Dat is een keuze, maar veiligheid gaat voor.
Kan het niet? Dan zijn er drie wegen
De schacht mag bijna altijd blijven. Wat erin zit, verandert. Ook Leefmilieu Brussel schrijft dat het kanaal vervangen zelden nodig is, omdat je het kan voeren.
- C(14), half-CLV. Een nieuwe inox voering van 316L in de oude binnenbuis, met een T-stuk per verdieping. De lucht komt nog altijd door de oude ring. Eén gemeenschappelijk rookkanaal, gekeurd als geheel.
- C(15), een eigen voering per ketel. Elke ketel krijgt een eigen flexibele PPs-buis tot op het dak. De oude schacht wordt de gedeelde luchttoevoer. Na de werken bestaat er geen rookgasverbinding meer tussen twee appartementen. Wel nodig: genoeg vrije ruimte, minstens 1,5 keer de som van de rookgassecties.
- C(11), een nieuwe CLV. Een volledig nieuw concentrisch kanaal in inox, met lekdop en overdruksifon onderaan, en een kap op maat.
Welke weg past, hangt af van de maat van de schacht, het aantal ketels en de keteltypes. Dat rekenen we voor je uit.
Collectieve renovatie bij Ventichim


IE-reeks in inox 316L, 0,5 mm wanddikte, dicht tot 5000 Pa, van ø60 tot ø400. Voor een C(14) in de oude binnenbuis of een volledig nieuwe C(11).
PPs flexibel per meter of per rol van 50 m in ø110, ø125 en ø160, met condenselement en aansluitsets per verdieping. Voor C(15). Vóór 15 u besteld, volgende werkdag geleverd.
Multikap op maat uit ons eigen atelier, met 2 tot 6 aansluitingen. Geen twee oude CLV-koppen zijn gelijk.
Vragen die we vaak krijgen
Kan ik niet gewoon de onderkant dichtmaken en klaar?
Dat is één van de zes voorwaarden, niet de oplossing. Na het dichtmaken vult het kanaal zich van onderen met rookgas. Dan moet het overal dicht zijn, moet elke ketel een gekeurde terugslagklep hebben en moet het materiaal tegen zuur condensaat kunnen.
Hoe weet ik of mijn CLV van aluminium of inox is?
Kijk naar de designatiecode op het kanaal of in het dossier van het gebouw. Staat er L50 (inox 1.4404, dat is 316L), dan is het inox. Aluminium is lichter en dof grijs, vaak met witte oxidatie. Twijfel je, stuur ons een foto van de kap en van de binnenkant via het inspectieluik.
Mag een nieuwe ketel naast twee oude op dezelfde CLV?
Verboden is het niet: geen enkele Belgische regel verbiedt condenserende en niet-condenserende ketels op hetzelfde bestaande kanaal, schrijft Leefmilieu Brussel. Wij raden het toch sterk af. Een oude ketel heeft geen gekeurde terugslagklep, dus het rookgas van de nieuwe ketel kan via de oude ketel terugstromen. Inforgas schreef in 2008 al: op een CLV enkel C42-toestellen of enkel C43-toestellen.
Moet de schacht eruit?
Bijna nooit. Bij een C(14) of C(15) wordt de oude schacht de luchttoevoer. Ze moet wel luchtdicht zijn: elke doorboring dicht, geen kabels of andere leidingen erin.
Wie beslist in een appartementsgebouw?
Het kanaal is gemeenschappelijk, dus de vereniging van mede-eigenaars beslist, meestal via de syndicus. Volgens Leefmilieu Brussel mag zelfs één ketel op een collectief kanaal niet vervangen worden zonder dat akkoord, en hoort er vooraf een haalbaarheidsstudie bij: camera op het rookgas- en het luchtkanaal, een berekening volgens NBN EN 13384-2, de voet van het kanaal en de condensafvoer. Zet het daarom op tijd op de agenda van de algemene vergadering.
Twijfel je over een oude CLV? Stuur naar info@ventichim.be het adres, het aantal verdiepingen, de ketels met merk en type, de maat van de schacht en een foto door het inspectieluik. Wij rekenen het kanaal na met KESA-Aladin en zeggen welke weg past. Plaatsen doet je installateur.
